|
|
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 28 september 2006 gesloten in het Paritair Comité voor het Vermakelijkheidsbedrijf (PC 304), houdende invoering van een sectorplan voor een aanvullend pensioen
Paritair Comité voor het Vermakelijkheidsbedrijf (PC 304) Collectieve arbeidsovereenkomst van 28 september 2006 houdende invoering van een sectorplan voor een aanvullend pensioen Deze CAO vernietigt en vervangt de CAO van 5 juli 2005 houdende invoering van een sectorplan voor een aanvullend pensioen (registratienummer 77419/CO/304).
HOOFDSTUK I. – Toepassingsgebied
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werknemers van de organisaties of instellingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor het Vermakelijkheidsbedrijf en zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen: - een rechtspersoon met maatschappelijke zetel in het Vlaamse Gewest - een rechtspersoon met maatschappelijke zetel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en ingeschreven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid op de Nederlandse taalrol
HOOFDSTUK II. – Voorwerp
Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst houdt de uitbreiding in van de CAO van 5 juli 2005 houdende de invoering van een sectorplan voor een aanvullend pensioen.
HOOFDSTUK III. – Doelstelling
Art. 3. Het doel van deze collectieve arbeidsovereenkomst is aan elke werknemer bedoeld in artikel 1 een aanvullend pensioen te verzekeren samengesteld door een jaarlijkse bijdrage van minstens 1,5 procent (inclusief taksen, RSZ en inning- en beheerskosten) van zijn bruto jaarwedde, in pensioenstelsel van het type vaste bijdrage of, voor pensioenstelsels van het type vaste prestaties, een aanvullend pensioen waarvan de verworven reserves ten minste gelijk zijn aan die welke voortvloeien uit deze van het sectorstelsel. Onder "bruto jaarwedde" wordt begrepen : de aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aangegeven bruto jaarwedden waarop RSZ bijdragen werkgever verschuldigd zijn, van de bedoelde werknemers.
HOOFDSTUK IV. - Aanduiding van de pensioeninstelling
Art. 4. Teneinde deze doelstelling te bereiken wordt een sectorplan voor aanvullend pensioen ingevoerd vanaf 01 januari 2007. Als pensioeninstelling die dit sectorplan moet uitvoeren wordt "Ethias Leven, onderlinge verzekeringsvereniging, toegelaten onder nr 0662 voor levensverzekeringen en beheer van collectieve pensioenfondsen (K.B. van 4 en 13 juli 1979, B.S. van 14 juli 1979)”, aangeduid. De beheersregels van dit sectorplan worden vastgelegd in een pensioenreglement dat wordt opgenomen als bijlage 1 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst.
HOOFDSTUK V. – Bijdrage
Art. 5. § 1. De jaarlijkse bruto bijdrage aan het sectorplan voor aanvullend pensioen bedraagt 1,5 pct. van de aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aangegeven bruto jaarwedden van de werknemers. § 2. Elke onderneming die onder het toepassingsgebied van deze collectieve arbeidsovereenkomst valt, moet deze bijdrage storten aan de in artikel 4 aangeduide pensioeninstelling volgens de bepalingen van het pensioenreglement, bedoeld in artikel 4. § 3. Alle fiscale en parafiscale lasten als ook de inning- en beheerskosten op deze bijdrage zijn begrepen in de bijdrage en vallen eveneens ten laste van de werkgevers.
HOOFDSTUK VI. - Mogelijkheid van opting out
Art. 6. § 1. Elke onderneming bedoeld in artikel 1 kan de uitvoering van de in artikel 3 beoogde doelstelling echter ook op ondernemingsvlak realiseren met een pensioeninstelling naar eigen keuze (= opting out). § 2. Het op ondernemingsvlak georganiseerde aanvullend pensioen moet van toepassing zijn op alle werknemers die bedoeld zijn in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst. § 3. Daarenboven mogen de stortingen voor een op ondernemingsvlak georganiseerd aanvullend pensioen niet lager zijn dan deze voorzien in artikel 5, in geval van pensioenstelsels van het type vaste bijdrage mogen de verworven reserves op geen enkel moment lager zijn dan die welke voortvloeien uit deze van het sectorstelsel. Voor pensioenstelsels van het type vaste prestaties. De voorwaarden waaraan deze op ondernemingsvlak georganiseerde aanvullende pensioenstelsels moeten voldoen worden opgenomen in een als bijlage 2 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst gevoegde technische nota. § 4. Wanneer een werkgever gebruik maakt van de mogelijkheid tot opting out, legt hij die beslissing, het ontwerp van pensioenreglement en de keuze van de pensioeninstelling voorafgaandelijk voor advies voor aan de vertegenwoordigers van de personeelsleden in de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, aan deze in het comité voor preventie en bescherming op het werk, of bij ontstentenis, aan de vakbondsafvaardiging en bij ontstentenis, aan iedere tewerkgestelde, via voorafgaandelijke informatie door middel van aanplakking of door middel van individueel schrijven. § 5. De onderneming, die kiest voor opting out, deelt het pensioenreglement, dat overeenkomt met de technische basisnota, bedoeld in § 3, mee aan de inrichter, volgens onderstaande procedure. Ondernemingen, bedoeld in artikel 1, die op 28 september 2006 behoren tot het bevoegdheidsgebied en tevens sorteren onder het toepassingsgebied van de CAO Muziek, moeten hun keuze tot opting out bij de inrichter bekend maken vóór 28 december 2006. Bij ontstentenis, zal het sectorstelsel automatisch uitgevoerd worden door de in artikel 4 aangeduide pensioeninstelling. Ondernemingen die pas na 28 september 2006 zullen behoren tot het toepassingsgebied van deze CAO, dienen hun keuze tot opting out ten laatste op de laatste dag van de maand volgend op de begindatum van hun behoren tot het toepassingsgebied zoals gedefinieerd in art1 mede te delen aan de inrichter. Bij ontstentenis zal het sectorstelsel automatisch uitgevoerd worden door de in artikel 4 aangeduide pensioeninstelling. § 6. De onderneming die kiest voor opting out zal alleszins de wettelijke bepalingen inzake de instelling van een paritair beheer (in geval van pensioenfonds) of van de oprichting van een toezichtcomité (in geval van groepsverzekering) dienen te respecteren. Het in vorige alinea voorziene toezichtcomité ziet toe op de uitvoering van de pensioentoezegging en wordt in het bezit gesteld van het jaarlijks verslag over het beheer van de pensioentoezegging, zoals opgenomen in de wettelijke bepalingen. § 7. De onderneming die kiest voor opting out zal daarenboven jaarlijks, in de loop van het eerste kwartaal, het bewijs van evenwaardigheid, bedoeld in § 3 en de lijst van de begunstigden moeten overmaken aan de inrichter.
HOOFDSTUK VII. – Uittreding
Art. 7. De procedure van uittreding uit het sectorale stelsel wordt geregeld overeenkomstig de bepalingen opgenomen in het als bijlage 1 bij deze collectieve arbeidsovereenkomst opgenomen pensioenreglement. De procedure van uittreding uit een ondernemingsstelsel wordt geregeld conform de wettelijke bepalingen.
HOOFDSTUK VIII. – Duur
Art. 8. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor onbepaalde duur vanaf 1 januari 2007. Zij kan slechts opgeheven worden mits aangetekende brief aan de voorzitter van het Paritair Comité mits respect van een opzegtermijn van één jaar. Voorafgaandelijk aan de opzegging van de collectieve arbeidsovereenkomst moet het paritair comité de beslissing nemen om het sectoraal pensioenstelsel op te heffen. Deze beslissing tot opheffing is enkel geldig wanneer zij 80 pct. van de stemmen van de, in het Paritair Comité benoemde, gewone of plaatsvervangende, leden die de werkgevers vertegenwoordigen en 80 pct. van de stemmen van de in het Paritair Comité benoemde, gewone of plaatsvervangende, leden die de werknemers vertegenwoordigen, heeft bekomen.
|
 |
 |
 |
 |
|
|
|