 |
Addendum bij het protocol van samenwerking sector vermakelijkheidsbedrijf
In het kader van het economisch impulsplan “herstel het vertrouwen” van de Vlaamse regering goedgekeurd op 14 november 2008 Tussen de Vlaamse Regering en de sociale partners van de sector van het Vermakelijkheidsbedrijf (PC 304)
Tussen de Vlaamse Regering, vertegenwoordigd door: Frank Vandenbroucke, viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming; En de sociale partners van de sector van het vermakelijkheidsbedrijf met als vertegenwoordigers voor de werkgevers: De heer Hugo Vanden Driessche, Voorzitter Overleg Kunstenorganisaties vzw; De heer Pierre Van Diest, Penningmeester Overleg Kunstenorganisaties vzw; De heer Ignace De Breuck, Secretaris Belgische Schouwspelvereniging vzw en als vertegenwoordigers voor de werknemers: Mevrouw Laurette Muylaert, ACOD-Cultuur; De heer Jean-Paul Van der Vurst, ACV-Transcom/Cultuur; De heer Gert Van Hees, ACLVB
Wordt overeengekomen wat volgt:
De Vlaamse Regering en de sociale partners van de sector van het vermakelijkheidsbedrijf verbinden zich tot: 1. Verbintenissen van de sector 1. Het opleidingsaanbod in de komende periode in termen van bereikte werknemers en opleidingsbudget te verhogen door middel van het volgende: - werkzoekenden zullen sectorspecifieke opleidingen, georganiseerd door het SFP, gratis mogen volgen, in afwachting van het raamakkoord met de VDAB - werkzoekenden kunnen verhoogde opleidingspremies bekomen voor opleidingen die specifiek leiden naar tewerkstelling in de artistieke sector. - werknemers met interim-contracten zullen opleidingen georganiseerd door het SFP gratis mogen volgen, dit in samenwerking met het Vormingsfonds voor de Uitzendkrachten 2. Het opleidingsaanbod in de komende periode in termen van bereikte risicowerknemers (kansengroepen) te verhogen door middel van: - een verbeterde communicatie naar risicogroepen, waaronder ook freelancers en werknemers met korte contracten, door middel van een meer gedetailleerde database en gerichte promotie - verhoging van de opleidingspremies voor risicowerknemers, zowel van werknemers als van personen die werk zoeken in de artistieke sector. 3. Het SFP zal een aantal acties ontwikkelen om herstructureringen in de artistieke sector op te vangen, met name: - de sector zal haar opleidingsaanbod gratis openstellen voor getroffen werknemers - de sector zal opleidingspremies verstrekken voor elders gevolgde, erkende opleidingen. Dit laatste kan ook sectoroverschrijdend zijn. - de sector zal het opmaken van een competentiebilan voor getroffen werknemers uit een herstructurering stimuleren, onder meer door middel van gedeelde financiering. - de sector zal het zoeken naar een geschikte loopbaanbegeleiding (transitie) voor getroffen werknemers stimuleren 4. Het SFP zal het sectorspecifieke opleidingsprogramma aanpassen aan bestaande en/of veranderende noden en behoeftes, met een specifieke aandacht voor de kansengroepen binnen de sector. 5. Het SFP zal werkgevers ondersteunen in de opmaak van overlegde opleidings- en competentieplannen in het kader van herstructureringen. 2. Verbintenissen van de overheid
6. Op basis van deze overeenkomst verleent de Vlaamse regering een werkingssubsidie ten bedrage van EUR. 60.000,00 aan het Sociaal Fonds voor de Podiumkunsten van de Vlaamse Gemeenschap (Sainctelettesquare 19/6, 1000 Brussel; bankrekeningnummer: 776-5971471-54) voor het financieren van investeringen die rechtstreeks gericht zijn op de persoonlijke competentieontwikkeling van de werknemer en de werkzoekende, met uitsluiting van de ontwikkeling van tools en instrumenten. 3. Opvolgings- en uitvoeringsmodaliteiten
7. De sectorale sociale partners verbinden zich ertoe een opvolgingsrapport, opgemaakt volgens een door het Departement Werk en Sociale Economie voorzien model, over te maken aan het departement. Dit rapport bevat volgende informatiegegevens: 1) een gedetailleerd overzicht van de kostenstaat, 2) een duiding bij de investeringen in competentieontwikkeling (aantal opleidingen/begeleidingen/screenings en assessments, inhoudelijke omschrijving van de opleidingen/begeleidingen/screenings en assessments, aantal deelnemers bij de opleidingen/begeleidingen/screenings en assessments) en 3) duiding bij de aangegane verbintenissen. Dit rapport dient uiterlijk binnen de maand na afloop van de uitvoeringsperiode bezorgd te worden aan het Departement Werk en Sociale Economie. 8. De in dit addendum opgenomen engagementen zijn inspanningsverbintenissen. 9. Indien de in dit addendum opgenomen doelstellingen, zonder verantwoorde motivatie, niet behaald worden kan de Vlaamse regering overgaan tot gehele of gedeeltelijke terugvordering van de toegekende subsidies. 10. Dit addendum heeft een looptijd van 01/04/2009 tot en met 31/07/2010.
|
 |