pensioen

hoe is het pensioen opgebouwd?

Het pensioen waar je recht op hebt aan het einde van je loopbaan bestaat uit vier pijlers.

 

pijler 1: wettelijke pensioen

De basis van je pensioen is het wettelijke pensioen. Het wordt door de overheid georganiseerd en gefinancierd met bijdrages van iedereen die tijdens je pensioen aan het werk is (repartitie). Je bouwt hiervoor rechten op tijdens je carrière.

Wil je de staat van je pensioendossier kennen? Log dan in op MyPension. Je kan het bedrag raadplegen dat je momenteel bijgedragen hebt en bekijken hoe hoog je maandelijkse pensioen zou zijn, mocht je nu op pensioen gaan. Wees meteen gewaarschuwd, want het kan best ontnuchterend zijn. 

Alle informatie over het wettelijk pensioen is te raadplegen op de website van de Federale Pensioendienst.

 

pijler 2: aanvullend pensioen

De tweede pijler van je pensioen is het pensioen opgebouwd bij werkgevers of sectoren, het zogenaamde aanvullende pensioen. Zeker in onze sector met een groot aantal tijdelijke contracten en versnipperde loopbanen is dit geen overbodige luxe. Er bestaan twee vormen: 

 

sectoraal aanvullend pensioen

Ook in pc 304 is er een sectoraal aanvullend pensioen. Elke werkgever betaalt 1,5 % bovenop het brutoloon van de werknemers aan een gemeenschappelijke groepsverzekering bij verzekeraar Ethias. Als je op pensioen gaat, ontvang je de optelsom van al deze bijdrages gedurende je loopbaan in de sector, minstens aangevuld met de wettelijk voorziene minimumrente. Op dat bedrag dien je nog belastingen en sociale zekerheidsbijdrages te betalen.

 

aanvullende premie voor kunstenaars

Voor kunstenaars bestaat er bovendien de aanvullende premie voor de kunstenaars. Deze premie wordt gefinancierd door de Vlaamse overheid. Hij wordt berekend op het verdiende brutoloon en wordt bijkomend gestort op je individuele rekening van het sectoraal aanvullen pensioen. Het geldt voor kunstenaars:

  • aangegeven bij de RSZ met werknemerscode 46 en 47

  • en tewerkgesteld bij structureel gesubsidieerde organisaties binnen pc 304

 

pijler 3: individueel pensioensparen

Naast het wettelijke pensioen kan je aan individueel pensioensparen doen. Dit is de derde pijler. De overheid stimuleert dit door een belastingkorting te voorzien. Deze bedraagt 30% als je tot 960 euro spaart en 25% als je meer spaart.

Voor het inkomstenjaar 2018 bedraagt het maximumbedrag waarop je belastingsvermindering kan krijgen 1.230 euro. Je doet er een fiscaal voordeel mee door ofwel minder dan 960 euro te sparen (30%) ofwel meer dan 1.153 euro (25% op totale som). In het laatste geval moet je dit expliciet aan je bank laten weten. Hier vind je een artikel van Test Aankoop dat de kwestie uitlegt.

Meer info over de fiscaliteit van pensioensparen vind je terug op de website van de fiscus. Er zijn twee vormen van pensioensparen:

  • de pensioenspaarverzekening (zoals tak 21), waarbij je een bepaald minimumrendement gegarandeerd krijgt

  • de pensioenspaarrekening (zoals een pensioenspaarfonds) die geen gegarandeerde rendement biedt, aangezien in aandelen en obligaties belegd wordt en dus afhankelijk is van evoluties op de beurs.


Om de uiteenlopende formules te vergelijken die banken en verzekeraars aanbieden, kan je eens kijken op websites zoals www.spaargids.be, www.bankshopper.be of www.test-aankoop.be (enkel voor leden).  

 

pijler 4: eigen spaarmiddelen

Tot slot zijn er nog je eigen spaarmiddelen, zowel financieel als bijvoorbeeld het bezit van een eigen woning. Dit geheel wordt de vierde pijler genoemd.

Sainctelettesquare 17
1000 Brussel

+32-(0)2-201 30 03
sociaalfonds(a)podiumkunsten.be

e-news vacatures, opleidingen of sectornieuws:

schrijf je in